irritaties

Wat maakt iemand eigenlijk een betweter?

Wanneer iemand een betweter wordt

Wat maakt iemand eigenlijk een betweter?

Dat is lastiger dan het lijkt, want bijna niemand ziet zichzelf zo. De meeste mensen die betweterig overkomen, denken waarschijnlijk dat ze gewoon meedenken. Dat ze iets toevoegen. Dat ze een verband leggen of een nuttige suggestie doen. En soms is dat ook zo.

Het woord betweter zegt bovendien niet alleen iets over degene die zo genoemd wordt. Het zegt ook iets over degene die zich eraan ergert. Misschien voelt iemand zich snel gecorrigeerd. Misschien raakt het aan iets ouds: niet serieus genomen worden, niet erkend worden, niet gezien worden in wat je zelf al weet of hebt ervaren.

Maar toch bestaat er wel degelijk zoiets als betweterigheid.

Volgens mij ontstaat dat gevoel vooral wanneer iemand heel stellig spreekt over iets waar hij zelf weinig ervaring mee heeft. Niet aftastend, niet nieuwsgierig, niet als iemand die naast je komt staan, maar alsof hij de feiten even op tafel legt. Alsof hij precies weet wat er aan de hand is. Alsof jouw ervaring vooral nog even in zijn denkkader geplaatst moet worden.

Dan kantelt het gesprek. Het voelt niet meer als meedenken, maar als overnemen.

Niet per se omdat de ander ongelijk heeft. Misschien zit er zelfs iets bruikbaars in wat hij zegt. Maar de manier waarop het gebracht wordt, maakt dat het niet voelt als meedenken. Het voelt alsof iemand jouw verhaal overneemt voordat hij het goed heeft gehoord.

Stelligheid zonder afstemming

Stel: je vertelt iets persoonlijks. Iets waar je zelf mee bezig bent, iets wat betekenis voor je heeft. Bijvoorbeeld dat je probeert minder streng te zijn voor jezelf. Dat je oefent met zachter reageren als iets mislukt, omdat je merkt dat je jezelf al jaren afbrandt zodra je een fout maakt.

Voor jou gaat het niet om een leuk zelfhulptipje. Het gaat om iets wat diep ingesleten zit. Iets wat je in je dagelijks leven probeert te veranderen. Iets wat raakt aan schaamte, perfectionisme, zelfbeeld en oude patronen.

En dan reageert iemand die jou nauwelijks vragen stelt, maar wel meteen heel zeker weet wat je moet doen:

“Je moet gewoon positiever denken. Je bent veel te streng voor jezelf.”

Dat kan ontzettend irritant voelen.

Niet omdat diegene niets mag zeggen. Natuurlijk mag iemand meedenken. Natuurlijk kan iemand van buitenaf soms iets zien wat jij zelf niet ziet. Maar er is een verschil tussen meedenken en jezelf als autoriteit neerzetten.

Het ene voelt als:

“Interessant, ik denk met je mee.”

Het andere voelt als:

“Ik zal jou wel even uitleggen hoe dit werkt.”

En precies daar begint betweterigheid.

Niet wat je weet, maar hoe je het neerzet

Een betweter is dus niet simpelweg iemand die veel weet. Of iemand die gelijk heeft. Of iemand die ergens verstand van heeft.

Sterker nog: iemand die echt veel weet, hoeft vaak helemaal niet zo stellig te doen. Die weet meestal juist hoeveel hij níet weet. Die voelt beter aan wanneer iets theorie is, wanneer iets ervaring is, en wanneer je eerst even moet luisteren voordat je iets toevoegt.

Betweterigheid zit voor mij eerder in de combinatie van drie dingen: stelligheid, weinig afstemming en onterechte autoriteit.

Iemand reageert dan niet echt op wat jij vertelt. Niet op wat voor jou belangrijk is. Niet op jouw zoektocht, jouw ervaring, jouw gevoel bij de situatie. In plaats daarvan wordt er een eigen visie overheen gelegd.

Alsof jouw verhaal pas klopt wanneer het door de ander is uitgelegd.

Dat voelt ondermijnend. Alsof je eigen kennis, intuïtie of ervaring even opzij wordt geschoven. Alsof de ander niet naast je komt staan, maar boven je.

En dat roept weerstand op.

Waarom het zo irritant voelt

Betweterigheid raakt aan iets heel menselijks: de behoefte om gezien te worden.

Als je iets persoonlijks deelt, wil je meestal niet meteen gecorrigeerd, verklaard of overruled worden. Je wilt eerst dat de ander begrijpt waar jij zit. Wat het voor jou betekent. Waarom je het vertelt.

Dat hoeft niet overdreven gevoelig of therapeutisch. Soms is één kleine erkenning al genoeg.

“Ah ja, ik snap dat dit belangrijk voor je is.”

Of:

“Wat goed dat je daarmee experimenteert.”

Of gewoon:

“Interessant. Hoe werkt dat voor jou?”

Daarna kan iemand best iets toevoegen.

Maar als die erkenning ontbreekt en de ander meteen zijn eigen visie neerzet, voelt het alsof hij de ruimte inpikt. Niet alleen inhoudelijk, maar ook relationeel. Alsof hij zegt:

“Jij vertelt iets, maar ik bepaal wat het betekent.”

En dat is precies waarom het zo dwingend kan voelen.

Het had ook anders gekund

Het interessante is: vaak hoeft de inhoud niet eens zo anders te zijn. De toon maakt al een enorm verschil.

Iemand kan zeggen:

“Dan moet je gewoon wat minder perfectionistisch zijn.”

En dat kan voelen alsof je hele worsteling in één gemakzinnige zin wordt weggewuifd. Klaar. Uitgelegd. Afgehandeld.

Maar iemand kan ook zeggen:

“Ik kan me voorstellen dat het niet zo simpel is als ‘gewoon minder perfectionistisch zijn’. Wat gebeurt er eigenlijk bij jou op zo’n moment?”

Dat is een totaal andere beweging.

Dan wordt het geen correctie, maar een poging tot contact. Geen claim, maar een uitnodiging. Geen poging om jouw ervaring plat te slaan, maar een manier om er voorzichtig bij aan te sluiten.

Hetzelfde geldt voor advies.

“Dan moet je het zo doen.”

voelt heel anders dan:

“Misschien kun je dit eens proberen, maar jij voelt natuurlijk zelf het beste wat werkt.”

Dat laatste laat ruimte. En ruimte is precies wat bij betweterigheid verdwijnt.

De schaduwkant van betweterigheid

Toch vind ik het te makkelijk om de betweter alleen maar irritant te vinden. Want bijna iedereen kan soms betweterig worden.

Vaak gebeurt dat niet eens uit arrogantie, maar uit ongemak.

Niet-weten is spannend. Stilte is spannend. De ervaring van een ander echt laten bestaan zonder die meteen te begrijpen of te kaderen, kan ongemakkelijk zijn. Zeker als het gaat over emoties, kwetsbaarheid, onzekerheid of persoonlijke verandering.

Dan kan iemand gaan verklaren. Labelen. Adviseren. Iets geestigs zeggen. Een theorie erbij halen. Niet per se om de ander klein te maken, maar om zelf weer grip te voelen.

Alleen: voor degene die iets persoonlijks deelt, kan dat alsnog vervelend voelen.

Want jouw grip kan ten koste gaan van mijn ervaring.

Meedenken zonder overnemen

Misschien is dat uiteindelijk het verschil. Gezond meedenken laat de ander eigenaar blijven van zijn ervaring.

Betweterigheid neemt die ervaring over.

Gezond meedenken zegt:

“Ik kom even naast je staan.”

Betweterigheid zegt:

“Schuif maar op, ik weet wel hoe dit zit.”

En dat is waarom het zo irriteert.

Niet omdat iemand iets weet. Niet omdat iemand iets toevoegt. Niet omdat iemand een andere invalshoek heeft.

Maar omdat diegene zijn weten zo neerzet dat er voor jouw ervaring minder ruimte overblijft.

En misschien is dat de kern van betweterigheid: niet te veel weten, maar te weinig afstemmen.


Test jezelf

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *