Ego-fobie is de angst om ruimte in te nemen. Het is de angst voor je eigen kracht, ambitie, trots, geldingsdrang, zichtbaarheid en vitaliteit. Niet omdat die dingen verkeerd zijn, maar omdat ze vanbinnen al snel verdacht kunnen voelen.

Je voelt een beetje trots en meteen komt er iets in je op dat zegt: doe normaal. Je krijgt een ambitieus idee en denkt: wie denk jij wel dat je bent? Je merkt dat je graag gezien wilt worden en schaamt je al voordat iemand überhaupt naar je kijkt. Alsof er ergens in jou een alarm afgaat zodra je groter wordt dan je gewend bent.

Ego-fobie is niet de angst voor een te groot ego, maar de angst voor gezonde ego-kracht.

Bij ego-fobie ben je dus niet bang voor ego in de platte zin van het woord. Het gaat niet om een opgeblazen zelfbeeld of om jezelf beter vinden dan anderen. Het gaat eerder om het tegenovergestelde: een rem op gezonde ego-kracht. Een rem op het gevoel dat je ergens mag staan, iets mag willen, iets mag kunnen en zichtbaar mag zijn.

Wat is ego-fobie?

Met ego-fobie bedoel ik de angst voor gezonde expansie. De angst om je plek in te nemen, jezelf serieus te nemen en te voelen dat je iets te brengen hebt. In mijn eigen woorden gaat ego-fobie over de angst voor ambitie, vitaliteit en het innemen van je rechtmatige plek, waarbij gezonde trots al snel als fout, egoïstisch of narcistisch voelt.

Dat kan zich heel subtiel uiten. Je maakt jezelf kleiner voordat iemand anders dat kan doen. Je relativeert je kwaliteiten. Je lacht complimenten weg. Je houdt ideeën voor je, omdat je bang bent dat ze te groot, te pretentieus of te veel zijn. Je voelt wel dat er iets in je wil bewegen, maken, spreken of groeien, maar er komt meteen schaamte overheen.

Ego-fobie is niet dat je geen kracht hebt. Het is dat je eigen kracht te spannend voelt om helemaal toe te laten.

Kijk in deze video wat ego-fobie betekent

De spiegel van Kohut

Bij ego-fobie moet ik denken aan Heinz Kohut en zijn idee van spiegeling. Een gezond gevoel van eigenwaarde ontstaat niet in een vacuüm. Een kind heeft anderen nodig die zijn levendigheid, trots, spel, ambitie en eigenheid kunnen spiegelen. Niet door alles fantastisch te vinden, maar door iets terug te geven als: ik zie jou, ik zie je glans, ik zie je plezier, ik zie dat je iets probeert, en dat mag bestaan.

Als die spiegel dof, afwezig, beschamend of afwijzend is, kan gezonde trots ingewikkeld worden. Je leert dan niet vanzelf: dit is mijn kracht en die mag er zijn. Je leert eerder: als ik te zichtbaar word, komt er afwijzing. Als ik te blij ben met mezelf, word ik gecorrigeerd. Als ik te veel ruimte inneem, ben ik lastig, arrogant of overdreven.

Dan kan er later een automatische koppeling ontstaan tussen trots en schaamte. Je voelt iets van vitaliteit, maar het systeem leest het als gevaar. Niet omdat trots gevaarlijk is, maar omdat trots ooit niet goed ontvangen werd.

Als gezonde trots niet gespiegeld wordt, kan zichtbaar worden later voelen als een risico.

Het affect en de rem

Bij ego-fobie zit er vaak een interessant spanningsveld tussen het affect en de rem. Het affect zelf is levendig, krachtig en expansief. Het wil naar buiten. Het wil iets maken, iets zeggen, iets laten zien, iets opeisen of iets proberen. De rem komt daar direct achteraan en zegt: pas op, dit is te veel.

Je zou het zo kunnen samenvatten:

  • Het affect: gezonde trots, geldingsdrang, ambitie, levenslust, zichtbaarheid en het verlangen om je plek in te nemen.
  • De rem: schaamte, zelfkritiek, angst voor afwijzing en de gedachte: wie denk jij wel dat je bent?
  • Het gevolg: je houdt jezelf kleiner dan nodig is, terwijl een deel van jou juist wil groeien, spelen, maken of verschijnen.

Dat is precies waarom ego-fobie zo vermoeiend kan zijn. Je vecht niet alleen tegen onzekerheid, maar ook tegen je eigen vitaliteit. Iets in jou wil leven, maar een ander deel probeert dat leven meteen te controleren.

Bij ego-fobie wordt niet alleen schaamte vermeden, maar ook vitaliteit ingehouden.

De angst om narcistisch te zijn

Een van de grootste remmen bij ego-fobie is de angst om narcistisch te zijn. Juist mensen die zichzelf veel bevragen, kunnen daar enorm bang voor zijn. Ze controleren hun eigen motieven, hun behoefte aan erkenning, hun ambitie en hun verlangen om gezien te worden.

Dat kan leiden tot vragen als:

  • Mag ik dit wel willen?
  • Is dit niet te veel?
  • Ben ik nu egoïstisch?
  • Maak ik mezelf te belangrijk?
  • Is mijn behoefte aan erkenning eigenlijk narcistisch?

Die vragen kunnen soms zinvol zijn, maar ze kunnen ook een gevangenis worden. Want als elke vorm van ambitie, zichtbaarheid of eigenwaarde meteen verdacht wordt gemaakt, blijft er weinig ruimte over om echt tevoorschijn te komen.

Niet iedere behoefte aan erkenning is narcisme. Soms wil iets in je gewoon eindelijk gezien worden.

Niet iedere behoefte aan erkenning is narcisme. Soms is het gewoon een gezond verlangen om gezien te worden. Niet elke vorm van trots is arrogantie. Soms is trots precies het affect dat nodig is om te voelen: dit ben ik, dit kan ik, dit wil ik, hier sta ik.

Jezelf kleiner maken voelt soms veiliger

Ego-fobie kan er van buiten heel sympathiek uitzien. Iemand lijkt bescheiden, rustig, invoelend, zelfrelativerend of makkelijk in de omgang. Dat zijn op zichzelf mooie eigenschappen. Het wordt alleen ingewikkeld als ze niet meer vrij voelen, maar automatisch worden ingezet om spanning te vermijden.

Dan ben je niet bescheiden omdat je daar bewust voor kiest, maar omdat zichtbaar worden te veel oproept. Je geeft de ander niet ruimte omdat je dat echt wilt, maar omdat je je eigen ruimte niet durft te nemen. Je maakt een grapje over jezelf, niet vanuit luchtigheid, maar omdat het te spannend is om serieus genomen te worden.

Klein blijven kan dan voelen als bescherming. Je blijft onder de radar. Je hoeft niet te voelen hoe graag je iets wilt. Je hoeft niet te merken hoe pijnlijk het is als anderen je niet erkennen. Je hoeft niet het risico te nemen dat iemand jouw ambitie afwijst, belachelijk maakt of niet serieus neemt.

Maar je betaalt er wel iets voor. Een deel van je levendigheid blijft ingehouden.

Klein blijven kan veilig voelen, maar het kost vaak levendigheid.

Ego is geen narcisme

Het woord ego heeft vaak een slechte naam. We zeggen al snel dat iemand “een groot ego” heeft als iemand dominant, ijdel of zelfingenomen overkomt. Daardoor kan het lijken alsof ego iets is waar je vooral vanaf moet. Alsof het spiritueel, sociaal of psychologisch beter is om je ego kleiner te maken.

Maar zo kijk ik er niet naar. Het ego is ook het deel waarmee je jezelf in de wereld neerzet. Het is het instrument waarmee je je eigen plek markeert. Zonder ego kun je moeilijk voelen waar jij begint, wat jij wilt, wat jij kunt en waar jij voor staat.

Ego is ook het instrument waarmee je je eigen plek in de wereld markeert.

Ego is niet automatisch narcisme. Ego kan ook gewoon gezonde zelfafbakening zijn. Het vermogen om te zeggen: ik besta, ik wil iets, ik heb iets te brengen, ik hoef mezelf niet voortdurend te verkleinen om veilig te zijn.

Door de angst om “te veel” te zijn, eindigen we vaak als “te weinig”. Dat is de tragiek van ego-fobie. Je probeert te voorkomen dat je doorschiet in arrogantie, maar ondertussen verlies je contact met je kracht.

Ruimte innemen zonder jezelf op te blazen

Ruimte innemen wordt vaak voorgesteld als iets groots en luidruchtigs. Alsof je ineens dominant, zichtbaar, uitgesproken en onverstoorbaar moet zijn. Maar ruimte innemen kan ook veel kleiner beginnen.

Je kunt oefenen met ruimte innemen door:

  • een compliment niet meteen weg te lachen;
  • een idee uit te spreken voordat je het kapot relativeert;
  • te zeggen dat je ergens goed in bent;
  • een wens serieus te nemen;
  • een grens aan te geven zonder lange verdediging;
  • je ambitie niet meteen te verkleinen tot iets veiligs;
  • trots toe te laten zonder er direct schaamte overheen te leggen.

Ego-fobie vraagt niet dat je een opgeblazen versie van jezelf wordt. Het vraagt dat je stopt met jezelf bij voorbaat in te krimpen. Dat verschil is belangrijk. Gezonde ego-kracht maakt je niet per se harder, kouder of arroganter. Het kan je juist levendiger maken, duidelijker, creatiever en echter aanwezig.

Ruimte innemen betekent niet dat je jezelf opblaast. Het betekent dat je jezelf niet langer onnodig verkleint.

Van schaamte naar eigenaarschap

Voor mij gaat ego-fobie uiteindelijk niet over leren opscheppen of jezelf groter maken dan je bent. Het gaat over eigenaarschap. Je hoeft je kracht niet langer te behandelen als iets gevaarlijks dat verstopt moet worden. Je hoeft trots niet meteen verdacht te maken. Je hoeft ambitie niet automatisch te corrigeren. Je hoeft het verlangen om zichtbaar te zijn niet weg te zetten als oppervlakkig, egoïstisch of narcistisch.

Soms is zichtbaar willen zijn gewoon een teken dat iets in jou eindelijk wil leven. Een deel van jou wil niet langer alleen maar aanpassen, dimmen, inslikken of wachten tot iemand anders toestemming geeft. Dat deel wil naar voren komen. Niet om anderen te overheersen, maar om mee te doen.

Misschien begint herstel daar: niet door jezelf groter te maken dan je bent, maar door te stoppen met jezelf kleiner maken dan nodig is.

Soms is zichtbaar willen zijn gewoon een teken dat iets in jou eindelijk wil leven.

Test je ego-fobie

Ik maakte een korte reflectietest over affectfobie, met onder andere vragen over ego-fobie en zachtheidsfobie. Het is geen officiële diagnose, maar wel een laagdrempelige manier om te onderzoeken waar jouw innerlijke rem zit.

Herken je vooral angst voor kracht, trots, ambitie, zichtbaarheid en ruimte innemen? Dan zou ego-fobie weleens een interessant thema voor je kunnen zijn.

Doe hier de test: hoeveel ruimte durf jij écht in te nemen?


Verder lezen over ego-fobie

Hi, I’m Nicole

One Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *