emoties bij jezelf

Emoties reguleren: is dat zelfbeheersing, wijsheid of iets anders?

We praten vaak over emoties reguleren alsof iedereen meteen weet wat daarmee bedoeld wordt. Je moet jezelf rustig houden. Niet ontploffen. Niet overspoeld raken. Niet te veel piekeren. Niet alles opkroppen. Op tijd voelen, maar ook weer doorgaan. Maar als je daar even langer bij stilstaat, wordt het eigenlijk een heel interessante vraag: wat voor soort vaardigheid is emotieregulatie eigenlijk?

Is het vooral zelfbeheersing? Is het een vorm van intelligentie? Heeft het te maken met sociale vaardigheden? Of is het eerder iets als wijsheid: uit ervaring leren hoe je met jezelf, anderen en het leven omgaat?

Ik denk dat emotieregulatie niet één losse vaardigheid is. Het is eerder een samenspel van meerdere vermogens. Je gebruikt je aandacht, je lichaam, je verstand, je sociale ervaring, je zelfkennis, je vermogen om te remmen, maar ook je vermogen om juist niet alles weg te drukken.

Emoties reguleren is dus niet simpelweg: jezelf onder controle houden. Het is veel interessanter dan dat.

Emotieregulatie is niet hetzelfde als emoties onderdrukken

Een belangrijke verwarring is dat emoties reguleren vaak wordt opgevat als emoties beheersen. Alsof je pas goed met je emoties omgaat wanneer anderen er zo min mogelijk last van hebben. Je blijft kalm, je slikt iets in, je houdt je groot en je doet alsof er niets aan de hand is.

Dat kan soms nuttig zijn. Niet elke emotie hoeft meteen naar buiten. Soms is het handig om jezelf even in te houden, tot tien te tellen, een gesprek uit te stellen of jezelf uit een situatie te halen. Maar als dat je enige strategie is, wordt regulatie al snel onderdrukking.

Onderdrukking zegt: dit gevoel mag er niet zijn.

Regulatie zegt: dit gevoel is er, en nu moet ik ermee omgaan.

Dat is een belangrijk verschil. Bij onderdrukking probeer je de emotie weg te krijgen. Bij regulatie probeer je de emotie een plek te geven, zonder dat ze jou helemaal overneemt. Je hoeft niet alles meteen te uiten, maar je hoeft het ook niet te doen verdwijnen.

Echte emotieregulatie vraagt dus niet alleen controle, maar ook contact. Je moet iets van de emotie kunnen verdragen. Je moet haar kunnen opmerken, herkennen, een beetje begrijpen en er iets mee doen.

Het lijkt een beetje op opruimen

Misschien lijkt emotieregulatie ergens op opruimen. Niet omdat emoties rommel zijn, maar omdat ze soms wel rommelig kunnen voelen. Er ligt van alles door elkaar: boosheid, verdriet, schaamte, angst, teleurstelling, jaloezie, vermoeidheid, oude pijn, nieuwe prikkels, gedachten over wat je had moeten zeggen en zorgen over wat een ander nu van je denkt.

Als je alles in een kast propt, lijkt het misschien even netjes. Maar vroeg of laat valt die kast open. Dat is wat er gebeurt als je gevoelens alleen maar wegduwt. Aan de buitenkant functioneer je misschien nog, maar vanbinnen stapelt het zich op.

Als je alles midden in de kamer laat liggen, kun je ook nergens meer lopen. Dat is wat er gebeurt als je volledig in een emotie verdwijnt. Dan is het gevoel niet alleen aanwezig, maar neemt het de hele ruimte over.

Regulatie zit daar ergens tussenin. Je kijkt wat er ligt. Je pakt iets op. Je vraagt je af: wat is dit eigenlijk? Waar hoort het bij? Moet ik hier nu iets mee, of kan ik het even laten liggen? Is dit van vandaag, of komt dit eigenlijk uit een veel oudere la?

Dat maakt emotieregulatie niet netjes of steriel. Het is geen strak opgeruimd huis waarin niets meer mag slingeren. Het is eerder de vaardigheid om je innerlijke ruimte bewoonbaar te houden.

Het vraagt executieve functies

Emotieregulatie heeft veel te maken met executieve functies. Dat zijn de vaardigheden waarmee je jezelf aanstuurt. Denk aan aandacht richten, impulsen remmen, schakelen, overzicht houden, plannen, bijsturen en jezelf onderbreken voordat je automatisch reageert.

Als je boos bent, vraagt regulatie bijvoorbeeld dat je niet meteen alles zegt wat in je opkomt. Als je angstig bent, vraagt het dat je niet automatisch wegvlucht. Als je schaamte voelt, vraagt het dat je niet meteen concludeert dat je waardeloos bent. Als je verdrietig bent, vraagt het dat je ruimte maakt voor dat verdriet zonder er volledig in te verdrinken.

Daarvoor heb je aandacht nodig. Je moet kunnen merken: wacht, er gebeurt iets in mij. Je hebt remming nodig: ik hoef hier niet direct naar te handelen. Je hebt schakelkracht nodig: ik kan nu even voelen, en daarna ook weer iets anders doen. Je hebt overzicht nodig: deze emotie voelt groot, maar is niet het hele verhaal.

Toch is emotieregulatie niet alleen een executieve functie. Want als je alleen maar remt, controleert en bijstuurt, kan het heel streng worden. Dan behandel je jezelf als een project dat gemanaged moet worden. Je probeert jezelf kalm, redelijk, volwassen en functioneel te houden, maar misschien raak je ondertussen steeds verder verwijderd van wat je werkelijk voelt.

Daarom is remming wel belangrijk, maar niet genoeg.

Intelligentie helpt, maar lost het niet op

Ik denk niet dat emotieregulatie simpelweg samenhangt met algemene intelligentie. Je kunt heel intelligent zijn en toch volledig overspoeld raken door je emoties. Sterker nog: slimme mensen kunnen soms eindeloos analyseren wat ze voelen, zonder dat ze het gevoel zelf echt toelaten.

Intelligentie kan helpen. Je kunt verbanden leggen, jezelf beter begrijpen, theorieën gebruiken, patronen herkennen en taal geven aan wat er gebeurt. Dat is waardevol. Maar begrijpen is niet hetzelfde als reguleren.

Je kunt precies weten waar je angst vandaan komt en toch niet durven bellen. Je kunt begrijpen dat schaamte een oud gevoel is en toch door de grond zakken. Je kunt weten dat je mild voor jezelf moet zijn en jezelf alsnog keihard veroordelen.

Er is waarschijnlijk wel een bepaalde cognitieve basis nodig voor emotieregulatie. Je moet oorzaak en gevolg kunnen begrijpen. Je moet iets kunnen onthouden van eerdere ervaringen. Je moet een beetje kunnen ordenen wat er gebeurt. Bij mensen met een heel beperkte cognitieve capaciteit zal emotieregulatie daarom vaker meer steun, structuur en begrenzing van buitenaf vragen.

Maar na die basis geldt niet: hoe slimmer, hoe beter gereguleerd. Emotieregulatie is geen IQ-test. Het is ook geen denksport. Soms zit intelligentie zelfs in de weg, omdat je overal een analyse van kunt maken terwijl je eigenlijk iets moet voelen, verwerken of laten zakken.

Misschien is het ook een sociale vaardigheid naar binnen toe

Sociaal-emotionele vaardigheden worden vaak in één adem genoemd, en dat is eigenlijk best logisch. Wat sociaal aan de buitenkant gebeurt, gebeurt emotioneel aan de binnenkant ook.

Aan de buitenkant heb je relaties met andere mensen. Je moet luisteren, afstemmen, grenzen aangeven, ruimte maken, soms wachten, soms reageren, soms uitleggen, soms herstellen na een conflict. Aan de binnenkant heb je ook een soort systeem. Je hebt gevoelens, behoeften, impulsen, herinneringen, beschermende kanten, kwetsbare kanten en soms ook innerlijke stemmen die elkaar tegenspreken.

In die zin is emotieregulatie misschien wel een sociale vaardigheid naar binnen toe.

Je leert omgaan met je eigen binnenwereld zoals je ook leert omgaan met andere mensen. Je hoeft niet elke impuls meteen gelijk te geven, maar je hoeft haar ook niet belachelijk te maken. Je hoeft niet elk gevoel te volgen, maar je hoeft het ook niet weg te sturen. Je kunt luisteren, begrenzen, geruststellen, onderhandelen, ruimte maken en soms zeggen: ik hoor je, maar we gaan dit niet op deze manier doen.

Dat vind ik een mooie manier om naar emotieregulatie te kijken. Niet als een strijd tegen jezelf, maar als een vorm van innerlijke omgangskunde.

Zelfcompassie maakt regulatie menselijker

Zonder zelfcompassie kan emotieregulatie snel veranderen in zelfcorrectie. Je merkt dat je bang bent en zegt tegen jezelf dat je niet zo moeilijk moet doen. Je merkt dat je jaloers bent en vindt jezelf kinderachtig. Je merkt dat je boos bent en schaamt je omdat je niet redelijk genoeg bent. Je merkt dat je verdrietig bent en denkt dat je inmiddels toch wel beter zou moeten weten.

Dan ben je wel met je emoties bezig, maar niet op een manier die helpt. Je voegt eigenlijk een tweede laag toe: eerst is er de emotie, en daarna is er het oordeel over de emotie.

Zelfcompassie betekent niet dat je alles goedpraat. Het betekent ook niet dat je jezelf zielig vindt of dat je niets meer hoeft te veranderen. Het betekent dat je jezelf benadert als iemand die iets moeilijks ervaart, in plaats van als iemand die iets fout doet.

Dat maakt een enorm verschil. Een emotie die wordt aangevallen, gaat zich vaak verstoppen of verdedigen. Een emotie die wordt erkend, kan eerder bewegen.

Misschien is dat wel een van de belangrijkste onderdelen van emotieregulatie: niet alleen weten wat je voelt, maar ook kunnen verdragen dát je het voelt.

Wijsheid is iets anders dan kennis

Emotieregulatie heeft volgens mij ook te maken met wijsheid. Niet met kennis alleen, maar met doorleefde ervaring. Wijsheid betekent dat je niet alleen begrijpt wat emoties zijn, maar dat je iets hebt geleerd over hoe ze zich gedragen.

Je weet bijvoorbeeld dat een gevoel heel echt kan zijn, zonder dat het hele verhaal waar hoeft te zijn. Je weet dat schaamte kan liegen. Je weet dat boosheid soms bescherming is. Je weet dat verdriet niet eindeloos hoeft te blijven, ook al voelt dat op het moment zelf wel zo. Je weet dat je soms beter eerst kunt eten, slapen of wandelen voordat je grote conclusies trekt.

Dat soort wijsheid leer je niet alleen uit boeken. Je leert het door te leven. Door terug te kijken en te merken: o ja, vorige keer dacht ik ook dat alles instortte, en toch kwam er later weer ruimte. Of: elke keer als ik dit inslik, krijg ik later juist meer last. Of: als ik iemand vertrouw en iets deel, word ik meestal niet afgewezen, maar juist rustiger.

Wijsheid maakt emoties minder absoluut. Je neemt ze serieus, maar je hoeft ze niet meteen als waarheid te behandelen.

Emotieregulatie is situationeel

Iemand kan in de ene situatie heel goed gereguleerd zijn en in een andere situatie volledig vastlopen. Dat maakt het ingewikkeld, maar ook interessant.

Er zijn mensen die in het dagelijks leven heel stabiel lijken, maar slecht tegen plotselinge verandering kunnen. Ze functioneren prima zolang alles voorspelbaar is, maar raken ontregeld wanneer iets onverwachts gebeurt.

Er zijn ook mensen die in gewone routines juist onrustig, chaotisch of snel verveeld zijn, maar in een crisis ineens opvallend helder worden. Alsof hun systeem juist wakker wordt wanneer er iets groots gebeurt.

Daarom is het te simpel om te zeggen dat iemand goed of slecht is in emotieregulatie. De betere vraag is: in welke situaties lukt het wel, en in welke situaties wordt het moeilijk?

Sommige mensen kunnen goed reguleren wanneer ze alleen zijn, maar raken ontregeld in contact met anderen. Anderen kunnen zich juist goed staande houden zolang er mensen om hen heen zijn, maar vallen om zodra ze alleen thuiskomen. Sommige mensen kunnen verdriet goed dragen, maar geen schaamte. Anderen kunnen boosheid prima voelen, maar raken in paniek bij afhankelijkheid of kwetsbaarheid.

Emotieregulatie is dus geen vast cijfer. Het is verbonden met context, geschiedenis, lichaam, relaties en betekenis.

Gevoeligheid vraagt sterkere regulatie

Ook gevoeligheid speelt mee. Sommige mensen merken kleine signalen in zichzelf snel op. Ze voelen spanning, sfeer, afwijzing, dreiging, enthousiasme of verdriet intens. Dat betekent niet automatisch dat ze slechter zijn in emotieregulatie. Het kan ook betekenen dat hun systeem simpelweg meer informatie binnenkrijgt.

Als je weinig voelt, hoef je minder te reguleren. Als je veel voelt, heb je meer verfijnde strategieën nodig. Dan moet je niet alleen leren kalmeren, maar ook leren onderscheiden: wat is van mij, wat is van de ander, wat is oud, wat is nieuw, wat is belangrijk, wat is ruis?

Gevoelige mensen kunnen daardoor soms minder gereguleerd lijken, terwijl ze eigenlijk met veel meer innerlijk materiaal werken. Het is alsof de één een klein kastje hoeft op te ruimen en de ander een heel archief.

Dat vraagt niet alleen discipline, maar ook begrip voor de hoeveelheid die er te verwerken is.

Is emotieregulatie dan zelfbeheersing, wijsheid of iets anders?

Ik denk dat emotieregulatie zelfbeheersing nodig heeft, maar er niet toe beperkt is. Zelfbeheersing helpt je om niet meteen mee te gaan met elke impuls. Het geeft ruimte tussen voelen en doen.

Maar als emotieregulatie alleen zelfbeheersing is, wordt het hard. Dan gaat het vooral over inhouden, remmen en normaal blijven doen.

Emotieregulatie heeft ook wijsheid nodig. Wijsheid helpt je om emoties in perspectief te plaatsen. Je leert dat gevoelens komen en gaan, dat ze betekenis hebben maar niet altijd letterlijk gelijk hebben, en dat sommige dingen tijd nodig hebben.

Maar ook wijsheid is niet genoeg. Je kunt wijs over emoties praten en toch moeite hebben om jezelf te kalmeren wanneer je geraakt wordt.

Daarom denk ik dat emotieregulatie eigenlijk een integratieve vaardigheid is. Je brengt meerdere menselijke vermogens samen:

  • je lichaam kunnen voelen;
  • je aandacht kunnen sturen;
  • impulsen kunnen remmen;
  • emoties kunnen benoemen;
  • betekenis kunnen geven;
  • mildheid kunnen opbrengen;
  • steun kunnen toelaten;
  • ervaring kunnen gebruiken;
  • kunnen schakelen tussen voelen, denken en handelen.

Dat maakt emotieregulatie zo complex. Het is niet één spier die je traint. Het is een heel samenspel.

Emoties reguleren is leren samenleven met jezelf

Misschien is dat uiteindelijk de mooiste omschrijving: emoties reguleren is leren samenleven met jezelf.

Niet jezelf de baas worden alsof je binnenwereld een lastig kind is dat moet luisteren. Niet jezelf voortdurend analyseren alsof je een probleem bent dat opgelost moet worden. Maar leren omgaan met wat er in jou leeft.

Soms betekent dat remmen. Soms betekent het voelen. Soms betekent het praten. Soms betekent het wachten. Soms betekent het wandelen, huilen, schrijven, slapen, iemand bellen, iets uitstellen of juist eindelijk iets uitspreken.

Emotieregulatie is dus geen trucje om emoties kleiner te maken. Het is de vaardigheid om jezelf groot genoeg te maken om je emoties te kunnen dragen.

En misschien zit daar ook precies het verschil tussen controle en groei. Controle probeert de emotie weg te krijgen. Groei probeert een innerlijke ruimte te maken waarin de emotie niet meer alles hoeft te bepalen, maar ook niet langer verbannen hoeft te worden.

Verder lezen

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *