Boosheid onderdrukken kan eruitzien als irritatie, teleurstelling of zelfs walging. Je denkt dan misschien dat je niet boos bent, maar gewoon geïrriteerd. Of teleurgesteld. Of je voelt afkeer, spanning, misselijkheid, of een soort weerstand in je lichaam. Maar soms zit daaronder toch boosheid.

Boosheid verdwijnt niet altijd als je haar niet voelt. Soms verschuift ze naar iets wat veiliger voelt, zoals irritatie, teleurstelling, spanning of zelfkritiek.

Misschien ben jij ook iemand die zijn boosheid niet goed kan voelen. Iemand die niet vaak boos is, deels omdat die emotie niet goed bij je past. Je ziet jezelf misschien als rustig, begripvol, gevoelig of iemand die liever geen conflict maakt. Boosheid voelt dan al snel te hard, te scherp of alsof je er iemand pijn mee doet.

En toch kun je op een bepaald moment gaan denken: ja, maar iedereen heeft toch boosheid? Iedereen heeft toch momenten waarop een grens wordt overschreden, waarop iets oneerlijk voelt, waarop iemand te veel ruimte inneemt of jou aan de kant zet? Maar waar is die boosheid van mij dan?

Dat is een hele herkenbare zoektocht. Die heb ik zelf ook doorgemaakt. Ik kon wel geloven dat ik mijn boosheid misschien had verstopt of onderdrukt, maar toen kwam de volgende vraag: waar zit die boosheid dan? Waar moet ik zoeken als ik haar niet direct voel?

In dit blog probeer ik daar een paar mogelijke antwoorden op te geven. Natuurlijk kan het bij iedereen verschillend zijn. Maar boosheid onderdrukken betekent meestal niet dat de boosheid verdwijnt. Vaak komt ze ergens anders terecht.

Waar kun je zoeken? Kijk niet alleen naar woede of ruzie, maar ook naar kleinere signalen: irritatie, teleurstelling, afkeer, spanning in je lichaam of een innerlijke criticus die ineens heel hard wordt.

Boosheid onderdrukken als irritatie

Irritatie is misschien wel de meest toegankelijke vorm van boosheid. Eigenlijk kun je irritatie zien als een hele lichte vorm van boosheid. Het is nog niet groot, niet dramatisch en niet explosief, maar er zit al wel iets in van: dit stoort me. Dit wil ik niet. Dit gaat niet helemaal goed voor mij.

Als je boosheid moeilijk vindt, kan irritatie daarom een goede plek zijn om te beginnen. Je hoeft dan niet meteen te zeggen: ik ben boos. Je kunt beginnen met: ik irriteer me hieraan. Dat lijkt misschien klein, maar het is al een belangrijk signaal.

Irritatie vertelt vaak dat er ergens iets schuurt. Iemand onderbreekt je, vraagt te veel, komt te dichtbij, neemt te veel ruimte in of houdt geen rekening met je. En misschien zit daaronder wel een vorm van boosheid. Niet meteen de grote woede waar je misschien bang voor bent, maar gewoon een klein stukje protest: nee, dit wil ik eigenlijk niet.

Irritatie is vaak een ingang. Je hoeft niet meteen grote boosheid te voelen. Soms begint het met een klein signaal: dit stoort me, dit wil ik niet, dit gaat over mijn grens.

Boosheid als teleurstelling

Teleurstelling komt ook heel vaak voor als vermomming van boosheid. Je bent dan niet boos, denk je. Je bent teleurgesteld. Iemand heeft iets beloofd en doet het niet. Iemand ziet jou niet. Iemand gaat over je grens. Iemand geeft je niet wat je nodig had. Vanbinnen kan daar boosheid zitten, maar je ervaart het meer als teleurstelling.

Dat is eigenlijk heel logisch, zeker als je hebt geleerd dat boosheid te veel is. Misschien heb je geleerd dat je met boosheid anderen pijn kunt doen. Of dat boosheid niet past bij wie jij bent. Of dat je niet te veel kracht mag laten zien, omdat dat bedreigend kan zijn voor anderen.

Teleurstelling gaat al iets meer richting verdriet. Er zit vaak iets van berusting in. Je voelt dat iets je raakt, maar het is minder gericht op actie. Minder gericht op iets terugduwen, alsnog je zin krijgen, je grens neerzetten of zeggen: dit klopt niet.

En soms is teleurstelling ook gewoon precies wat je voelt. Maar soms mis je daardoor een deel van je eigen kracht. Dan voel je wel dat iets pijn doet, maar niet dat er ook iets in jou is dat zegt: wacht eens even. Dit wilde ik niet. Dit was niet eerlijk. Dit had anders moeten gaan. Daarom kan het interessant zijn om bij teleurstelling eens te kijken: ben ik alleen teleurgesteld, of ben ik misschien ook boos?

Vraag bij teleurstelling: ben ik alleen verdrietig of berustend, of zit er ook iets in mij dat zegt: dit klopt niet, dit wilde ik niet, dit had anders moeten gaan?

Boosheid als walging of afkeer

Boosheid kan zich ook vermommen als walging of afkeer. Dan zeg je misschien niet: ik ben boos op jou. Maar eerder: ik walg hiervan. Ik wil hier niet bij in de buurt zijn. Ik voel weerstand. Mijn lichaam trekt zich terug.

Walging kan heel sterk klinken. Soms klinkt het zelfs als een verergering van boosheid, alsof je niet alleen boos bent, maar iemand of iets echt niet meer kunt verdragen. Maar het kan ook veel subtieler zijn. Je wordt misselijk, voelt je niet lekker, krijgt een lichamelijke afkeer, wilt weg, afstand nemen, niet reageren of niet meer meedoen.

Ook daarin kan boosheid verstopt zitten. Afkeer zegt vaak: dit wil ik niet binnenlaten. Dit moet uit mijn buurt blijven. Dit is niet goed voor mij. En dat lijkt eigenlijk best veel op wat boosheid ook doet. Boosheid probeert jou te beschermen. Ze probeert een grens te bewaken. Ze zegt: tot hier en niet verder.

Afkeer kan ook een grenssignaal zijn. Je lichaam zegt dan misschien niet “ik ben boos”, maar wel: ik wil afstand, ik wil dit niet binnenlaten, dit is niet goed voor mij.

Boosheid kan in je lichaam gaan zitten

Boosheid hoeft zich niet alleen als andere emotie te vermommen. Ze kan ook in je lichaam gaan zitten. Boosheid onderdrukken kan verschillende klachten geven. Het kan ervoor zorgen dat je gestresst bent, gespannen raakt, je spieren vast gaan zitten, je bloeddruk stijgt of dat je bijvoorbeeld chronische pijn ontwikkelt.

Dat betekent natuurlijk niet dat elke lichamelijke klacht door boosheid komt. Maar het kan soms wel een aanwijzing geven, zeker als je merkt dat je in bepaalde situaties steeds gespannen raakt.

Boosheid is namelijk niet alleen iets wat je denkt. Het is ook een lichamelijke reactie. Als iemand je grens overgaat, als iemand tegen je aan botst, als iemand te veel ruimte inneemt of jou te veel aan de kant zet, wil je lichaam daar eigenlijk iets mee. Het wil stoppen, terugduwen, weggaan of begrenzen. Als die reactie er niet mag zijn, kan de spanning blijven zitten.

Let daarom eens op spanning in je nek, je schouders, je kaken of je gezicht. Misschien klem je je kaken op elkaar. Misschien knars je met je tanden. Misschien zeggen mensen tegen je: wat kijk je strak? Terwijl jij zelf helemaal geen boosheid voelt. Toch kan het zijn dat je lichaam iets laat zien wat jij nog niet als boosheid herkent.

Ook triggers kunnen een aanwijzing zijn. Als je merkt dat je in bepaalde situaties ineens geëmotioneerd, gespannen of gestrest raakt, kun je jezelf voorzichtig afvragen: raakt dit misschien aan een grens? Zit hier iets wat ik niet wil? Iets wat ik liever anders had gezien? Soms voel je boosheid niet als boosheid, maar als spanning.

Lichamelijke signalen om op te letten: kaken klemmen, tandenknarsen, spanning in nek of schouders, een strak gezicht, misselijkheid, druk op je borst of plotselinge stress bij bepaalde triggers.

Waarom boosheid voelen belangrijk is

Boosheid is iets wat in principe alle mensen in zich hebben. Niet omdat iedereen agressief is, maar omdat iedereen grenzen heeft. Op het moment dat jouw grenzen worden overschreden, kan boosheid opkomen. Als iemand iets doet wat jij eigenlijk niet leuk vindt. Als iemand iets belooft en die afspraak niet nakomt. Als iemand jou negeert, te veel ruimte inneemt, jou aan de kant zet of als iets oneerlijk voelt.

Boosheid zegt eigenlijk: hé, dit is belangrijk voor mij en dit wordt nu geraakt of afgepakt. Dat hoeft niet eens te betekenen dat de ander iets fout doet. Daar gaat het niet altijd om. Je kunt boosheid voelen terwijl je tegelijk weet dat de ander het goed bedoelt.

Je kunt bijvoorbeeld boos zijn op iemand die vroeg is overleden, terwijl je natuurlijk van diegene houdt en weet dat diegene daar niets aan kon doen. Boosheid is dus niet automatisch een moreel oordeel. Het betekent niet meteen: jij bent slecht. Het is eerst gewoon een emotionele reactie. Vaak ook een lichamelijke reactie. Iets in jou komt in beweging omdat er iets belangrijks geraakt wordt.

Als je denkt: boosheid past niet bij mij, ik ben een rustig persoon, dan kan het zijn dat je die emotie wegdrukt. Maar boosheid kan er dan nog steeds zijn. Alleen merk je haar misschien niet direct op.

Boosheid is geen moreel oordeel. Boosheid betekent niet automatisch dat de ander slecht is of dat jij onredelijk bent. Het betekent eerst vooral: iets belangrijks in mij wordt geraakt.

Boosheid kan naar binnen slaan

Een andere belangrijke reden om boosheid te erkennen, is dat boosheid anders naar binnen kan slaan. Dan voel je haar niet als boosheid naar buiten toe, maar als strengheid naar jezelf. Zelfkritiek. Schuldgevoel. Schaamte. Het idee dat jij niet moeilijk moet doen, dat jij je aanstelt, dat jij het verkeerd hebt gedaan.

Als je innerlijke criticus overuren draait, kan dat soms een teken zijn dat boosheid niet goed geïntegreerd is. De boosheid die eigenlijk iets wil zeggen over een grens, over onrecht of over pijn, wordt dan op jezelf gericht.

In plaats van: dit was te veel voor mij, wordt het: ik had niet zo gevoelig moeten zijn. In plaats van: ik ben boos dat mijn grens niet werd gezien, wordt het: ik had duidelijker moeten zijn, dus het is mijn schuld.

Dat is een pijnlijke omkering. En natuurlijk ligt niet elke zelfkritiek aan onderdrukte boosheid. Maar het kan wel een spoor zijn om te onderzoeken. Misschien ben je niet alleen boos op jezelf. Misschien is er ook boosheid over wat je hebt moeten dragen, over hoe vaak je je hebt aangepast, of over hoe vaak je je grens hebt ingeslikt.

Naar binnen geslagen boosheid kan eruitzien als zelfkritiek: “ik stel me aan”, “het ligt aan mij”, “ik had duidelijker moeten zijn”. Soms hoort daar eigenlijk ook een andere zin bij: “dit was te veel voor mij.”

Begin met kleine stukjes boosheid

Stel je ontdekt boosheid. Wat dan? Die vraag kan heel spannend zijn. Misschien ben je bang dat boosheid er in één keer met volle kracht uitkomt, dat je ontploft, iemand kwetst of jezelf niet meer in de hand hebt. Die angst begrijp ik heel goed.

Daarom zou ik zeggen: begin niet meteen bij je grootste jeugdtrauma of bij iets waar je misschien van gaat exploderen. Begin juist bij hele kleine dingetjes. Kijk naar irritatie. Kijk naar teleurstelling. Kijk naar spanning in je nek of kaken. Kijk naar momenten waarop je denkt: ik had eigenlijk liever iets anders gewild.

Vraag jezelf rustig af: zit hier misschien een heel klein beetje boosheid? Is er iets wat ik niet wilde? Is er iets waar ik teleurgesteld over ben, omdat ik eigenlijk iets anders nodig had? Is er iets wat ik liever had willen krijgen van iemand?

Het hoeft niet groot. Het hoeft niet dramatisch. Het hoeft niet meteen naar buiten. Je kunt je systeem laten weten dat boosheid welkom is. Dat het er mag zijn. Dat boosheid niet meteen gevaarlijk is. Dat je er niet meteen iets groots mee hoeft te doen. Eerst gaat het alleen om erkennen: misschien ben ik hier boos over.

Begin klein. Zoek boosheid niet meteen in je grootste pijn, maar in kleine momenten: irritatie, teleurstelling, spanning, “laat maar”, of “ik had eigenlijk iets anders gewild.”

Je hoeft er niet meteen iets mee te doen

Boosheid voelen betekent niet dat je boosheid meteen moet uiten. En boosheid uiten betekent ook niet dat je hoeft te schreeuwen, ruzie hoeft te maken of iemand pijn hoeft te doen. Je kunt boosheid eerst gewoon bij jezelf erkennen. Je kunt voelen: hier zit iets. Dit raakt me. Dit had ik anders gewild. Dit ging over mijn grens.

En daarna kun je rustig kijken wat je ermee wilt doen. Misschien spreek je het uit. Misschien niet. Misschien schrijf je het op. Misschien merk je alleen dat je een volgende keer eerder je grens voelt. Jij blijft in controle.

Juist als boosheid er mag zijn, hoeft ze vaak minder hard te vechten om gehoord te worden. Dan wordt ze minder eng. Minder explosief. Meer een signaal.

Boosheid erkennen is niet hetzelfde als boosheid uitleven. Je mag boosheid voelen zonder meteen te schreeuwen, ruzie te maken of iets te beslissen. Eerst mag je gewoon merken: hier zit iets.

Boosheid geeft kracht terug

Boosheid is echt een belangrijke emotie als het gaat om het beschermen van je grenzen. Als jij moeite hebt met grenzen bewaken, met onderdrukte spanning of met voelen wat jij eigenlijk wilt, dan kan boosheid een heel belangrijk ontbrekend stukje zijn.

Boosheid zegt: dit doet ertoe. Mijn grens doet ertoe. Ik doe ertoe. Dat kan veel kracht geven. Niet omdat je ineens hard of agressief hoeft te worden, maar omdat je jezelf vollediger gaat voelen. Alsof er een deel van je terugkomt dat al die tijd ergens verstopt zat.

Dus als je je boosheid niet goed kunt voelen, betekent dat niet dat je geen boosheid hebt. Misschien zit ze in je lichaam. Misschien zit ze in irritatie, teleurstelling, walging of afkeer. Misschien is ze naar binnen geslagen als zelfkritiek.

En misschien kun je haar langzaam weer gaan herkennen. Niet door haar te forceren, maar door voorzichtig te luisteren naar de plekken waar je spanning voelt, waar je geraakt wordt, waar je teleurgesteld bent, waar iets in jou eigenlijk zegt: dit wil ik niet.

De kern: boosheid helpt je voelen waar je grens ligt. Niet om harder te worden dan je bent, maar om jezelf serieuzer te nemen.


Verder lezen over boosheid

Hi, I’m Nicole

One Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *